Addendum

Aanvulling op eerste druk boek: ‘Flora – Blijk ik het gekkie te zijn’

  1. Reflectie op eerste druk  

Iedere gek kan in Nederland een boek uitgeven, zo blijkt. Wellicht zou een gerenommeerde uitgeverij mijn boek ook uitgegeven hebben. Maar dan met correctierondes, redactie en verhaallijnsturing. Mijn eerste druk is een ruwe grove eerste opzet. Ongefilterd, heel persoonlijk en nu achteraf gezien, niet compleet.

De reacties die ik tot nu toe krijg, zijn meer dan positief. Ik voel me echt een schrijver. Het is een mooi proces waar ik energie uit haal. En ik zal zeker blijven schrijven. Het krijgen van sturing echter, zou geen overbodige luxe zijn geweest. Iedereen kan met een manuscript een eigen uitgeverij beginnen en een boek laten drukken. Of je ze vervolgens verkoopt is een tweede. 

Heb ik spijt van het uitgeven van mijn eerste druk? Een beetje. Maar het is zoals het is. En ‘wat als’ bestaat nog steeds niet. Gelukkig ben ik vergevingsgezind en helemaal als het mijzelf betreft. Je moet het met jezelf doen in dit leven. Verwijten en negatieve gevoelens hebben, is niet gezond. Het leven is een grote leerschool en dit soort acties horen daarbij.

Ik durf niet te vertellen hoeveel boeken ik heb laten drukken. Ik geloof dat ik nog een beetje manisch was tijdens het bestellen van de eerste druk, waardoor ik afgeweken ben van mijn businessplan. In de overtuiging dat ik een bestseller geschreven had.
                Er is ondertussen zoveel gebeurd.

Mijn relatie met Evert is sinds oktober 2023 niet meer. Ik woon sinds april 2024 in een prachtige sociale huurwoning in Oudewater. De fabriek waar ik werkte is gesloten in  januari 2024. Oftewel alle steunpilaren, relatie, huis en werk onder mij zijn weggeslagen. Dat heb ik vaker gehad, of eigenlijk zelf gedaan. Deze keer voelt het anders. Het is meer weloverwogen. Ik maak grote stappen richting een gezond en spiritueel leven. 

                Zoals Evert in onze vele meningsverschillen benadrukte: ‘Je gaat steeds meer op je moeder lijken.’ Vroeger had ik dat als belediging opgevat, ondertussen denk ik: Ja, … en? Is dat zo slecht? Mijn moeder, Marike Mensink; ik ben ontzettend trots op haar en dat is niet altijd zo geweest. We hadden een hele sterke band en konden het over alles hebben. Echter, de spirituele zelfonderzoekende kant, die mijn moeder overduidelijk had, wilde ik absoluut niet op. Tenminste niet met haar levend aan mijn zijde. Hoe cru dat ook is, ik kan het niet anders concluderen. 

                Ik heb mijn spirituele kant mijn leven lang verdoofd met alcohol. Dertig jaar lang, minimaal eens per week en meestal vaker, dronken. Mijn eerste druk eindig ik met af en toe 1 a 2 drankjes drinken en de belofte nooit meer dronken te worden. Dat heb ik een jaar volgehouden. 

                Waarom ik totaal met alcohol gestopt ben? Door mijn ‘manische tegen het psychotische aan waarschuwing’ die ik creëerde. In maart 2023 was mijn boek zo goed als klaar, die zomer zijn we natuurlijk gewoon naar de Zwarte Cross gegaan. Hou het voornemen om nooit meer dronken te worden maar eens vol op een festival dat gebaseerd is op zuipen en gekkigheid. Onze vrienden waar we normaal kamp mee maakten, gingen niet. Evert kende een boer uit Laag Soeren en we sloten ons bij hem en zijn vrienden aan. Ik kende hem niet persoonlijk, wel van gezicht. Hij maakte deel uit van een groep vrienden, een stuk jonger dan wij. Als 40-plus festivalbezoeker word je vaker uitgemaakt voor festival papa en mama, je went eraan. Ook de oudste zoon van Evert ging voor het eerst en besloot bij ons in de voortent te crashen. Wat er die Zwarte Cross gebeurde bracht mij volledig uit balans.

  • De Zwarte Cross & Michael

Op donderdag reden we naar onze nieuwe kampgenoten. Eerst naar een boerderij in Laag Soeren. Daar aangekomen stond een voor mij onbekende knappe jonge man naast zijn grote zwarte pick-up. Met een flinke caravan erachter. Hij had een spiegelende zonnebril op waardoor ik zijn ogen niet kon zien. Ik stelde me voor en zei:
                ‘Mooie wagen heb je.’ Net als Tatjana Šimić uit Flodder. We gaven elkaar een hand en hij stelde zich voor. Michael was verder niet zo spraakzaam. Vanaf daar door naar de rest. Het was een hechte vriendengroep, allemaal twintigers, richting dertig.

                Nog voor we de camping bereikt hadden, had ik mijn een à twee drankjes laten varen. Ik dronk gezellig mee met de rest. Het was maar een weekendje, dat kon ik wel aan. Af en toe dronk ik wel Radler of water tussendoor. En doordat ik die donderdag niet alleen bier dronk, lukte het mij om niet lazarus te worden. Evert daarentegen liet zich helemaal gaan. Met als resultaat dat hij ‘s nachts op de terugweg vanuit de Megatent niet meer recht kon lopen. Hij ging letterlijk van links naar rechts en van voor naar achteren. Ik had de grootste moeite om hem terug bij de caravan te krijgen. Dit lukte gelukkig en ik stopte hem in bed. Om me vervolgens bij onze nieuwe vrienden te voegen. Die zaten buiten in ons kamp. 

                Ze zaten meer bij de caravan dan op het festivalterrein, ze blowden en dan komt er niet veel meer uit. Het was gezellig en we hadden het over van alles en nog wat. Ineens zag ik dat iemand een snuifje nam. Serieus? Dat is mij toch echt een brug te ver en dat gaf ik gelijk aan. Hierop gaf die persoon excuses, het lag al klaar, hij dacht dat ik het al gezien had. Hij legde uit waarom hij af en toe een snuifje nam:
                ‘Omdat ik het uitgaan anders niet volhou, dan lig ik na tien bier te slapen en maak niets meer mee.’ Zijn vriendin beaamde dat.

                Dus, even mijn gedachten hierop los laten: Je drinkt veel waardoor je zo dronken bent dat je lichaam naar bed wil. Dan prop je vervolgens coke in je neus. Dan houd je het langer vol en kan je meer drinken. Met als gevolg dat je je lichaam ergens toe drijft dat het zonder drugs niet aankan. Hierdoor is de kater heftiger en het kost je allemaal veel meer geld. Ik zal wel simpel zijn, maar kan je dan niet gewoon beter minder drinken?     Ieder zijn ding, zolang ze mij er niet van willen overtuigen, heb ik er geen last van.
                Het was wel iets dat ik Evert niet vertelde. Ik wist hoe panisch hij kon worden van drugsgebruikers. Zelfs blowen vond hij niet oké. Hij wist van mijn drugsverleden en accepteerde dit, met name omdat hij me van het blowen af had geholpen naar zijn zeggen.

                Die nacht sliep ik niet veel. Ik had de nodige biertjes op. En de slaap was een comateuze alcoholverwerking. Hierdoor werd ik instabieler, wat ik wist, maar niet over na wilde denken. Even niets, niet nadenken over mijn aandoening. Niet over het bizarre zware emotionele jaar dat ik achter de rug had. Niet over het feit dat mijn relatie op spanning stond. 

                Evert werd blij wakker die morgen. Gisteren hadden we voor het eerst sinds twee jaar samen doorgehaald. Dat had hij gemist. We lachten over het feit dat ik hem naar de caravan had gedragen. En de klik die ons al twaalf jaar bond, was helemaal terug. Het bleek een hoogtepunt voordat we samen de afgrond in gingen storten.

Die morgen gebeurde iets dat mij volledig van de kaart bracht. In ons kamp was de rest al wakker en zat voor de caravans te ontbijten. De zon scheen niet volop en Michael had voor het eerst geen zonnebril op. Ik zei iedereen goedemorgen en terwijl ik dat deed, keek ik Michael voor het eerst in zijn ogen. Wat er gebeurde terwijl onze blikken elkaar raakten, kan ik niet anders beschrijven dan dat een cupidopijltje mij recht in het hart raakte. Ik voelde letterlijk een steek recht in mijn hart, het deed gewoon pijn. Zulke mooie helderblauwe ogen, ik was op slag verliefd.

                Ik probeerde niet te laten merken wat er gebeurde, maar had de grootste moeite om de blik van Michael te vermijden. Iedere keer dat onze blikken elkaar kruisten, vlogen er vlinders in mijn buik. Geen idee of Michael hetzelfde voelde. Ik denk het wel, want – gelukkig – zette hij zijn zonnebril weer op. Dat gaf mij rust zodat ik weer normaal kon doen voor mijn gevoel. Ik wist niet wat me overkwam! 

                Vanaf dat moment kreeg ik die jongen niet meer uit mijn hoofd. En ja, het was echt een jongen, hij was achtentwintig. Wel negentien jaar jonger dan ik. Hoe dan! Maar mijn god, wat een lekker ding, ik was heel graag met hem zijn caravan ingedoken.

                Wat volgde waren twee dagen op een festival waar ik hem graag zag. We spraken amper met elkaar. Hij had hele gesprekken met Evert, lekker in het zonnetje. Hij trok zijn shirt uit. Hij was zó jummie, ik kon mijn ogen niet van hem afhouden. Gelukkig gingen we niet de hele dag met onze kampgenoten om. En ik had veel lol met Evert, die in de zevende hemel was omdat hij zijn zuipende Floor terug had. We hadden meerdere malen hete seks dat weekend, echter in gedachten was ik niet bij Evert. Dat hoefde hij niet te weten. Buiten de deur honger krijgen en thuis eten toch? 

                Het probleem was dat ik veel wakker lag, ondanks de alcohol die ik dat weekend nuttigde. Ik nam ook nog slaapmedicatie extra. Dit zorgde ervoor dat ik vrijdag op zaterdag en zaterdag op zondag  vijf uurtjes sliep. Echt niet genoeg voor iemand met  mijn psyche. En ik voelde me heel energiek, ik was aan het vliegen, hypomaan tegen het manische aan. Ik beleefde het festival op zijn best en niemand keek daar raar van op.

                Op zondag gingen we met iedereen van ons kamp naar BohFoiToch, een heerlijke Achterhoekse dialectband bij wie het publiek gegarandeerd uit alleen Achterhoekers bestaat. Het begon om 11 uur. Een goed moment om aan het bier te gaan. We zongen alles uit volle borst mee en stonden midden vooraan het podium lekker uit ons plaat te gaan. Het was bewolkt en niemand droeg meer zonnebrillen. Michael en mijn blik kruisten elkaar met regelmaat en ondanks dat ik hem amper gesproken had, voelde ik een oeroude connectie met hem.
                Tijdens dit optreden van BohFoiToch voelde ik een eisprong. Omdat Evert drie zoons en absoluut geen behoefte aan meer kinderen had, zit er een knoop in zijn zaadleidingen. Hierdoor hoefden we geen voorbehoedsmiddelen te gebruiken. Na het optreden van BohFoiToch gingen Evert en ik los van onze kampvrienden het festival over. Die dag kwamen onze ‘één dag bezoekende’ vrienden uit Brummen. Het was een heerlijke dag. We brachten de middag door in De Oase- Playa Exoticana. Een idyllisch meertje van de Zwarte Cross. Het was ook een emotionele middag. Het toonde aan hoe labiel ik was, maar ook dit is in een festivalomgeving niet vreemd. Ik kreeg zelfs complimenten over hoe ik mijn emoties durfde te tonen. Met als gevolg een lange knuffelsessie. Met vallen van stoelen en gestoei daaropvolgend. Evert, die even naar het toilet was, vond mij op de grond in een groepsknuffel met nieuwe en oude vrienden. Waar hij vervolgens lekker bovenop dook. We hadden een heerlijke liefdevolle middag.

                Toen het rustiger werd op het festivalterrein, besloten we terug te lopen. Onze dagjes vrienden hielden het nooit lang vol. Ze dronken in hoog tempo en waren snel dronken. Nog voor het einde van het dagprogramma waren we ze, zoals gebruikelijk, kwijt. Die waren onderweg naar huis. Evert en ik besloten naar de camping te gaan om onze kampgenoten op te zoeken. Die zaten voor de caravans te chillen. Evert en ik pakten wat lekkere koude biertjes en gingen erbij zitten. Michael zat op zijn praatstoel en zei:
                ‘Ik ben normaal niet zo’n prater. Nu heb ik een blowtje op en gaat dat makkelijker.’ Met als gevolg dat Michael en ik intens met elkaar in gesprek raakten. We zaten niet naast elkaar en iedereen mengde zich in ons gesprek. Toch had ik het gevoel dat de rest er niet bij was. Het viel Evert zelfs op. Ik kon er niets aan doen. Ik had zo een aantrekkingskracht tot hem. Het zal hormonaal geweest zijn, mijn biologische klok die dit veroorzaakte, de eisprong die ik voelde. Het deed wat met mijn hoofd en ik was aan het stuiteren.

                We besloten na een paar uur naar het Walhalla te gaan. In het Walhalla was genoeg herrie om Michael aan te spreken zonder dat de rest het hoorde. Ik zei Michael dat ik het niet normaal vond wat er gebeurde toen ik hem voor het eerst in zijn ogen keek. En vroeg hem of dit enigszins wederzijds was. Ik meende hem te horen zeggen: ‘Man, ik kan aan niets anders meer denken dan aan jou.’ Hierdoor kreeg de verliefdheid de overhand op mij. Ik was compleet losgeslagen en in feeststemming. Erg uitgelaten en heerlijk aan het dansen met alles en iedereen. Ik realiseerde me dat dit vreselijk uit de hand kon lopen. Als Michael zou voorstellen te gaan ‘brommers kieken’ zou ik dat niet kunnen weerstaan en dan zou ik zwanger thuis komen.

                Een klein lesje Achterhoeks: brommers kieken is een voorstel om samen met iemand even achter de tent te gaan kijken. Daar staan de brommers en trekkers en kan je even alleen zijn. Met twee kontjes in het gras kan je hier prima bezwangerd worden. 

                Wat ik me gelukkig realiseerde was dat Evert dat niet verdiende. De zoon van Evert had zich ondertussen in Walhalla bij ons gevoegd en ik maakte naar hem de opmerking dat hij als buffer moest fungeren. Hij was zo dronken als een tor en snapte niet wat ik bedoelde. Maar gelukkig, zo braaf als hij is, ging hij een gesprekje met Michael aan. Vervolgens kwam Evert naar mij toe en zei dat zijn zoon aangaf dat ik te dronken was en naar de caravan moest. Dat leek mij een goed plan. Voordat dit uit de hand zou lopen. Evert bracht mij terug naar de caravan. Ik sloot mezelf op en Evert nam de sleutel mee. Ik nam slaappillen en verdween hierdoor in een korte comateuze toestand.

                Ik was weggegaan uit de feesttent zonder gedag te zeggen tegen Michael. De volgende morgen werd ik wakker, na wederom vijf uurtjes coma en hoorde elektrische schroevendraaiers caravanpootjes opdraaien. Evert sliep nog, het was vroeg, 8 uur ongeveer. Normaal sliepen wij tot 10 a 11 uur, alleen nu wilde ik Michael nog zien. Ik moest naar het toilet en schoot snel wat kleding aan. 

Tegen de tijd dat ik de caravandeur open deed, zag ik Michael zijn pickup instappen en wegrijden. Tot op de dag van vandaag heb ik hem niet meer gezien of gesproken. Ik kon het niet delen met Evert, ik heb mijn gevoelens geheimgehouden. 

Het resultaat van vier dagen Zwarte Cross? 20 uur slaap in vier nachten. Smoorverliefd geworden en manisch tegen het psychotische aan thuisgekomen. 

  • Terugslag & psychische grens

Slapen ging niet meer. Ik kreeg Michael niet uit mijn hoofd. Er gonsde muziek door mijn hoofd: ‘Meant to Be’ van Beba Rexha. Mijn interne jukebox stond aan en op repeat. Dat is voor mij een duidelijk signalement van manie.

                Die dinsdag ging ik gewoon naar mijn werk, maar ik liep met een ziek, misselijkmakend gevoel van liefdesverdriet in mijn buik. Michael wist dat ik bij De Hoop papierfabriek werkte en ik dacht hem voorbij te zien rijden. Ik hoopte dat hij  me die middag zou opwachten, maar dat gebeurde niet. Ik wist me geen raad met mijn gevoelens, ik wilde hem zo graag zien en spreken. Diep ongelukkig voelde ik me. Gelukkig had ik die woensdag een afspraak met mijn psycholoog. Ik vertelde mijn psycholoog wat er gebeurde en bij haar gingen alle alarmbellen rinkelen. Ze gaf code rood af waardoor ik die middag bij mijn psychiater terecht kon om medicatie verzwaring te bespreken. 

                De psychiater, hoewel vrouwelijk, kon behoorlijk streng zijn. Evert en ik hadden ooit met haar gezeten en zij kon niet verwerken hoeveel alcohol wij dronken. En begrijpelijk, we dronken immers per weekend minimaal twee kratjes bier leeg. Stelletje alcoholisten. Het was alweer een paar jaar geleden dat ik mijn psychiater voor het laatst had gezien, en ik had er zenuwen voor.

                Op het werk vertelde ik mijn leidinggevende in wat voor staat ik was. Hij reageerde begripvol en stuurde me weg. Hij zei:
                ‘Hier op het werk hebben we zo niets aan je, we redden het prima zonder jou. Ga lekker wandelen in het bos en je hoofd leeg maken.’ En dat heb ik gedaan. 

Tijdens de wandeling sprak de natuur tot mij. Het is net of je paddo’s gebruikt hebt, je ziet en hoort intenser. Dieren reageren erop, ik zat in een hogere trilling. Vogeltjes vlogen met me mee, ik voelde me net Sneeuwwitje. Alleen weet je met paddo’s dat het uit zal werken na een nacht slaap en wat eten. Maar als je hoofd dit zelf creëert, weet je niet wanneer dit stopt of dat het juist misschien wel erger zal worden. Ik gleed van mijn pad af, alle signalen waren aanwezig. Maar ik kon nog steeds relativeren. Slaap moest ik hebben, dan kom ik van deze high gevoelens af. 

Mijn psychiater was die middag uitzonderlijk vriendelijk. Ik was ondertussen twee jaar zo goed als van de drank af en ik merkte dat ze mij anders benaderde. Mijn psycholoog was erbij en vertelde dat ik verliefd was, waarop zij reageerde: “Oh, wat leuk!” Ja, kan leuk zijn, wanneer je vrijgezel bent en hier volop in kan springen. Bij mij was dat anders. Verliefd zijn is ziekmakend, je lijf gaat op tilt, het voelt helemaal niet leuk! Ze had een afstudeerstudie over verliefdheid gedaan, vertelde ze. Het is niet te verklaren wat er in je lijf gebeurt, niet te meten. Vergelijkbaar met manie, dus gingen we het op die manier behandelen.

                We besloten extra doorslapers te proberen en planden een belafspraak voor de volgende morgen 10 uur om te checken of het gelukt was. Met mijn psycholoog plande ik komende maanden iedere week een afspraak. Mijn psychiater belde volgens afspraak. Ze vond me minder labiel dan de dag ervoor. En dat terwijl de medicatie die ze had voorgeschreven niet voorradig bleek te zijn, waardoor ik na wat heen en weer gebel een alternatief had meegekregen. Dat had niet gewerkt en ik had wederom niet geslapen. We besloten Diazepam te proberen. Een zwaar kalmerend medicijn waar je na inname 72 uur niet mag rijden. Gelukkig kon ik alles op de fiets of openbaar vervoer doen, dus dat moest maar voorlopig. Met Diazepam lukte het eindelijk om wat slaap te pakken, alleen ieder uur wakker.

                Evert maakte zich zorgen en sliep daardoor ook slecht. Dat was niets voor hem. Ik vroeg mij af of hij wat doorhad van mijn verliefdheid, maar hier vroeg hij niet naar. En ik deed de situatie af als een terugval. Het was ook niet normaal wat er allemaal op mijn bordje lag. In rouw over het verlies van mijn ouders – het was nog geen jaar geleden. Ons huis dat op de tocht stond door de Wet Voorrangsrecht Gemeente dat op de boerderij was gelegd. Mijn baan stond op de tocht omdat de nieuwe eigenaar Stora Enso de fabriek wilde sluiten. En dan was er ook gedoe over de erfenis van mijn vader. Wie zou niet doordraaien?

                Naar de Zwarte Cross gaan was niet slim geweest. Evert had mij er niet van weerhouden om te drinken. Hij had genoten van mijn losgaan. Hij nam het zichzelf kwalijk en dit veroorzaakte bij hem een depressieve houding. Ik maakte me zorgen over onze toekomst. Zo verliefd worden is voor mij een duidelijk signaal. Dan is er iets mis in je relatie.
                Evert belemmerde me al langer in mijn persoonlijke groei. Het liefst wilde ik stoppen met werken en me volledig focussen op creatief vlak. Organisatorisch bezig gaan met het opzetten van een retraitecentrum. Waar de beelden van mijn moeder zouden kunnen staan en tot hun recht kunnen komen. Als ik hierover begon zei Evert:
               ‘Ik maak me zorgen. Je wordt net zo zweverig als je moeder. Ik hou je wel met je benen op de grond. Vast inkomen, zekerheid.’ Ja, hij was de stabiele factor in mijn leven.

Met de medicatie ging ik langzaam steeds beter slapen en mijn hoofd werd rustiger. Met het rustiger worden in mijn hoofd nam de overdreven verliefdheid op Michael af. 

                Alleen op het werk had ik last van de Diazepam. Ik voelde me suf en acht uur werken was zwaar. Gelukkig was het geen probleem om me gedeeltelijk ziek te melden. Met mijn psycholoog besprak ik wekelijks de situatie. Aan mijn verliefdheid begon ik te twijfelen. Misschien was het mijn hersenpan die mij wilde laten ontsporen. Er waren zoveel factoren die mij uit balans konden brengen. Een hele grote was de overgang. Ik voelde me tegen depressief aan en maakte me zorgen. Er was een kans dat ik na mijn ‘verliefdheid high’ nu hard in een depressie ging belanden. 

                Maar ineens bedacht ik dat ik ongesteld moest worden. En deze gevoelens heb ik meestal rond deze periode. Emotioneel zwaar. Huilen, chocolade eten en weer door. En dat gebeurde gelukkig ook gewoon. We spraken veel over Evert. En zijn liefde voor bier. En deze liefde had ik al twee jaar zo goed als opgegeven en nu zelfs helemaal. Onze relatie was op dat moment de enige stabiele factor in mijn leven. Dat kon ik niet los laten. We spraken af dat ik hier geen beslissingen in mocht nemen, ik moest eerst stabiel worden.

Thuis met Evert voerde ik gesprekken over hoe ik over ons twijfelde. Hoe ik het niet eerlijk vond dat ik zo aan het veranderen was en dat ik hem een stapmaatje gunde. Hij zei:
                ‘Dat ‘af en toe een drankje’ gaat toch prima, dan gewoon niet tot het gaatje?’ Helaas voor hem meldde ik dat ik volledig van de drank af ging, voorgoed. Dat hakte erin en zijn depressieve houding zette voort.

                Mijn ziektedagen spendeerde ik met meditaties en ontspanningsoefeningen. Het verduidelijkte mijn doelen, het was tijd. Tijd om een andere weg in te gaan. Een gezondere levensstijl. Klaar met drank in dit leven, met als gevolg dat mijn spiritualiteit en intuïtie meer ruimte zou krijgen. Ik besloot ‘zonder compromissen’. Wilde het liefst in het diepe duiken en in volle overgave mijn boek uitgeven waardoor een carrièreswitch vanzelf zou volgen. Het zonder compromissen zorgde ervoor dat ik richting Evert afstandelijker werd, niets ging mij tegenhouden. Evert vond dat ik al besloten had hem te verlaten. Hij noemde mij: “Een waterval die hij niet tegen kon houden”. Ik vroeg hem waarom hij mij tegen wilde houden. Hij wilde niet dat ik fouten beging. Ik was volgens hem met honderd dingen tegelijk bezig. Terwijl ik zo’n helder doel voor ogen had en voor mijn gevoel in een positieve flow terechtkwam. We zaten op twee verschillende wegen. Evert werd er heel verdrietig van, hij wilde me niet kwijt. En dat ging wel gebeuren, ik wist het.
                Alleen gingen we de week erop op vakantie met zijn zoons, en hier wilden we het beste van maken. Ik vroeg hem mij te vertrouwen en zei dat onze wegen weer zouden aansluiten. Dat beloofde hij.

  • Vakantie Egypte

We wisten een fijne vakantie te hebben in Egypte en iedereen had het naar zijn zin. Evert en zijn oudste zoon zaten iedere middag aan het bier. Ik ging iedere avond alleen als eerste naar bed. Welkom in het leven van een ex-drinker. 

Helaas gebeurde er in de vakantie iets dat me een flinke terugval bezorgde. Dat was tijdens een dagtrip naar Luxor. Het was vijf uur rijden en daar hadden de jongens geen zin in. Dus ging ik, georganiseerd met een groep van acht toeristen, naar Luxor. Niet bedacht dat het erg vroeg vertrekken was. En ook niet zo handig dat ik herstellende was van slapeloosheid. Maar die ochtend stond ik moeiteloos om 5 uur klaar om opgehaald te worden. 

                De Egyptische chauffeur sommeerde mij bij aankomst een moment te wachten. Liep weg en kwam een paar minuten later met een kop koffie terug. Ik vroeg:
                ‘Geen koffie voor mij?’
                Dit negeerde hij en liep naar de bus en opende deze zodat ik erin kon. Nou, ook onbeleefd.

Hij had een vrij nieuw minibusje voor twaalf personen, met goede airco, gelukkig. Het was nog donker toen ik instapte. Het zou een Engels gegidste trip zijn dus zei ik:
                ‘Good morning’ en ik kreeg reactie van twee dames achterin. Daarvoor zat een stelletje die niet reageerde en de bank daarvoor was vrij. En een stoel bij de deur, met meer beenruimte, daar ging ik zitten. De eerst volgende stop was bij een groot resort, iets verder van de kust. Groot omheind terrein en bij het binnenrijden van het terrein werd het busje van onderen met spiegels gecheckt op bommen.

                Hier pikten we een jonge man op die “guten morgen” zei en hier reageerde het stelletje naast mij op. Dus niet alleen een Engelse, maar ook Duitstalige toer. Goede gelegenheid om mijn Duits te verbeteren. De chauffeur pakte snel iets bij de bijrijdersstoel, keek me glimlachend aan en zei: “goodmorning!” Achter mij hoorde ik: “Oh? There is a smile!” Het was schijnbaar nieuw dat de chauffeur iets vriendelijks deed. Ik kwam daardoor in gesprek met de Engelsen, het waren twee stellen die elkaar in het Egyptische resort ontmoet hadden.

                De Duitse meneer naast mij, zie en hoorde ik duidelijk in het Duits klagen over de weinig beenruimte. In mijn steenkolen Duits bood ik hem mijn plaats aan. Dat vond hij niet nodig, maar het ijs was gebroken en we kletsen wat. De Engelsen kunnen geen Duits en de Duitsers kunnen niet veel Engels. Ik kon als enige iedereen begrijpen gelukkig.

                Een paar uur later, tijdens zonsopkomst, hadden we een stop midden in de woestijn. Even plassen, kopje koffie. Bij vertrek vroeg de chauffeur of ik voorin wilde komen zitten. Dat wees ik af, geen zin in gebrekkige Engelse gesprekken met een chauffeur die mij met zijn ogen uitkleedde. Hij zorgde ervoor dat ik me heel ongemakkelijk voelde. Hij vond het niet oké dat ik zijn aanbod afwees, maar had het te accepteren en bood de plek aan de jonge Duitse toerist aan.

                Het verkeer in Egypte is bizar. Er zijn geen regels. Zodra je benen lang genoeg zijn dat je bij een gaspedaal kan, mag je de weg op. Vanaf je achttiende kan je een licentie aanvragen waarmee je een chauffeurs beroep kan aannemen. Er zijn geen verkeersborden, of ze rechts rijden en links inhalen of andersom is onduidelijk. 

                Tussen de resorts en richting de Nijl is een lange tweebaansweg, een soort snelweg waar we één keer ingehaald werden. Verder was onze chauffeur iedereen te snel af. En hoe dichter we bij de Nijl kwamen hoe drukker het verkeer werd. 

                De weg langs de Nijl is tweerichtingsverkeer maar zonder lijnen op de weg. Er passen drie banen naast elkaar en er wordt aan twee kanten op ingehaald. Er rijden touringbussen en personenauto’s die je in Nederland bij de sloperij terugvindt. Tuktuks, fietsende riksja’s, een enkele tractor en karretjes met ezels ervoor. Alles door elkaar heen en met verschillende snelheden. Al seinend en toeterend. Voor inhaalacties moest de chauffeur flink het gas intrappen om frontale botsingen te voorkomen. De Engelse dame achterin schreeuwde uit volle borst van angst. Het was een bizarre rit.

                Niet ver van Luxor waren wegwerkzaamheden. De weg was niet afgezet, het asfalt werd weg geschraapt en alles reed wel langzamer. We reden over puin en stenen, tussen de wegwerkmachines door. Het voelde allemaal zo surrealistisch.

                We bereikten Luxor en hier werd onze meertalige gids opgepikt. Een intelligente Egyptenaar die geschiedenis had gestudeerd. We bezochten als eerste Karnak. Dit is een 42 hectare groot opgegraven tempelcomplex. Het grootste religieuze bouwwerk ter wereld en de meest bezochte archeologische plaats in Egypte. De bouw is begonnen in 1900 voor Christus. Aan het project hebben 30 farao’s gewerkt. Overweldigend was het. Ze hadden niet zo lang geleden ontdekt dat het tempelcomplex voor Koningen verbonden was met het tempelcomplex voor de Koninginnen. Verbonden met een drie kilometer lange haag van sfinxen die onlangs was uitgegraven. Er moest wel een dorp voor geruimd worden en sinds 2022 was dit gereed. 

                Ik zou een hele dag kunnen doorbrengen in alleen al dit complex en had heel graag de nieuw uitgegraven passage gezien. Alleen hadden we maar een half uurtje om foto’s te maken, om vervolgens door te gaan naar de volgende bezienswaardigheid. 

                De Nijl is een scheidingslijn tussen het oosten en het westen van Egypte. Aan de oostkant, waar de zon opkomt, wordt de geboorte en het leven geëerd. Aan de westkant eert men de dood en het hiernamaals. Dus aan de oostkant staan de tempels om farao’s en hun vrouwen te eren en aan de westkant de graftombes.

                We voerden van oost naar west, over de Nijl, waar we eerst gingen lunchen. Tijdens de lunch zat ik bij de drie Duitse toeristen. De man van het stelletje vertelde dat hij anderhalf jaar terug een gevecht had geleverd tegen slokdarmkanker. Hij had zijn leven verlengd, maar ze leefden in extra tijd. Ik vertelde in het Duits dat ik afgelopen jaar zowel mijn vader als moeder aan deze vreselijke ziekte had verloren. Mijn Duits is niet perfect, maar ik wist het juiste te zeggen. Het viel stil, er werd niet op ingegaan en het onderwerp veranderde. Beter ook, want al sprak ik het uit in een vreemde taal, ik werd er emotioneel van. Na de lunch gingen we door naar ‘the Valley of the Kings.’ 

                Bij aankomst gaf de gids onze toegangskaartjes. Hij kon Hendrik, de jonge Duitse toerist niet vinden en vroeg mij:
                ‘Hoe heette die jonge Duitse toerist ook alweer?’ Waarop ik antwoorde:
                ‘Hendrik, voor mij makkelijk te onthouden want zo heet mijn vader ook.’ Waarop hij reageerde:
                ‘Dat is grappig, kom je in Egypte je vader tegen.’ Niet wetende dat mijn vader een jaar geleden was overleden. Terwijl we op het punt stonden graftombes te bezoeken, schoot ik vol maar kon mijn tranen bedwingen. Ik keek de andere kant op en ademde mijn huilbui weg. Het Duitse stelletje kreeg mee wat de gids zei en ik hoorde ze begrip tonen voor mijn reactie. Dit was niet het moment om emotioneel te worden, maar ik voelde me erg verdrietig. Emotioneel en instabieler.

                We gingen naar binnen en bezochten de graftombes. De kleuren in de graftombes zijn beter behouden doordat ze onder de grond zitten. Prachtige wandtekeningen, beschreven teksten over dagelijkse dingen van zoveel jaar voor Christus. Hier zou ik ook makkelijk een hele dag door kunnen brengen, maar nu hadden we veertig minuten om een paar tombes te bezoeken en foto’s te maken.

                Door naar de volgende bezienswaardigheid, de dodentempel van Hatsjepsoet. Op internet vind je over vrouwelijke farao’s het volgende: 3500 jaar geleden besteeg koningin Hatsjepsoet de troon van Egypte. Ze brak met alle conventies door als farao te regeren, in de gedaante van een man. Haar eigenzinnigheid kwam haar duur te staan: Hatsjepsoet werd gewist uit de geschiedenis. Dit had onze gids ons niet verteld. De Dodentempel had zij laten bouwen en het diende als eerbetoon aan Hatsjepsoet ter ere van Amon en de andere goden. Een heel indrukwekkend bouwwerk uitgehouwen uit de berg waar aan de andere zijde van de berg de vallei van Koningen is. En ook haar eigen graftombe. Haar naam betekent “eerste onder de vrouwen” Ze heeft naar schatting tweeëntwintig  jaar geregeerd. 

                Het uitzicht vanaf het terras van de tempel was adembenemend. Alleen woestijn en dan de Nijl met daaromheen alles groen en leven. Ik kon me voorstellen hoe het er 3500 jaar geleden uit zag. De tempel vol met kleuren en planten. Er waren resten gevonden van aangelegde leemputten waar bomen uit zuidelijker Afrika in stonden. En sporen van aangelegde vijvers in prachtige geometrische vormen. Het zal heel mooi geweest zijn. De tempel was door opvolgers zwaar beschadigd om de geschiedenis van Hatsjepsoet uit te wissen. Talrijke beelden van Amon werden vernietigd en Osiris beelden verwoest. Christenen hebben in later stadium de tempel als klooster gebruikt en bij de resterende beelden de gezichten van de goden weggehaald. Eeuwig zonde. 

Het was een prachtige dag, alhoewel veel te warm. Alles wat ik bezocht en ontdekte liet een grote indruk op me achter. Vermoeiend was alle aandacht die de Egyptenaren me schonken. We kwamen amper vrouwen tegen, het leek wel of voor toeristen alleen mannen werkten. Hoewel ik mijn blonde haren bedekt had, konden ze aan mijn lengte en zeegroene ogen zien dat ik een westerse ben. De aandacht werd me te veel. En het gebedel om iedere euro maakte mij verdrietig.

                Als toetje vandaag hadden we een kleine Nijl-cruise geboekt. We gingen met een boot een uurtje  over de Nijl varen. Op de boot stonden schalen met vers fruit op ons te wachten. Bananen, vijgen en mango’s. Vers van de plantage en goed rijp. Nu dacht ik de smaak van mango en vijgen te kennen, maar wat ik hier proefde was daar niet mee te vergelijken. Zo ontzettend zoet. Heerlijke smaakexplosies in mijn mond. Iedereen genoot en er was meer dan genoeg.

                De chauffeur pikte ons aan de oostzijde van de Nijl weer op. Ondertussen moest ik plassen, niet nodig maar als ik weer vijf uur in een busje moest, kon ik beter even gaan. Er was geen toilet en de gids overlegde en beloofde dat de chauffeur binnen een half uur een plasstop zou doen. De chauffeur gaf aan dat hij niet terug reed, hij was te moe om veiligheid te bieden. De gids ging een klein stukje mee en werd in de stad afgezet. Verderop pikten we een vriend van de chauffeur op die het stuur van hem overnam. Ze spraken Arabisch met elkaar.

                Arabisch is voor Hollanders, Engelsen of Duitsers onverstaanbaar. Ik voelde dat de mannen voorin niet van plan waren te stoppen voor een plaspauze. Ze negeerden mij volledig, zonder uitleg. Het zal met jeugdtrauma van opgroeien in een achterstandwijk te maken hebben, maar arabieren kunnen mij het gevoel geven als vrouw niets waard te zijn. Hierop besloot ik niets meer te drinken, nu het nog ging. Ik zag de eerste chauffeur meerdere licentie pasjes laten zien. Hij vertelde over zijn nieuwe busje, wat ik kon opmaken door zijn liefdevolle aai over het dashboard. Nadat de drukte van het tweerichtingsverkeer langs de Nijl voorbij was, ging de eerste chauffeur slapen.

Een paar uur later stopten we op dezelfde plek als op de heenreis. Ik stapte snel uit en vluchtte naar het toilet. Eindelijk kon ik me ontspannen. Het was zonsondergang en deze stopplaats midden in de woestijn had een moskee en door de luidsprekers klonk gezang. De mannen werden naar binnen geroepen voor de salat en ik vermoedde dat de chauffeurs hiernaartoe waren. Zonder wat te melden waren ze uitgestapt. Buiten was het erg warm dus besloten wij in het busje op ze te wachten. Het duurde een poos voor ze terugkwamen. De eerste chauffeur had genoeg geslapen en hij stapte weer achter het stuur. De zon was ondertussen onder gegaan en onder de toeristen werd weinig meer gesproken, iedereen was afgepeigerd van de dag in de warme zon. 

                De chauffeurs daarentegen hadden veel te bespreken. Ze werden meerdere malen gebeld. Zonder verkeersregels kan je prima rijden en bellen tegelijk. Er werd veel gelachen en ik voelde me er erg ongemakkelijk bij. Er hing geen fijne sfeer.

                Op de tweebaansweg die op de heenreis eenrichtingsverkeer was, kwamen we spookrijders tegen. Verbazingwekkend, want links of rechts inhalen is niet duidelijk. En er werd ingehaald vlak voor bochten.  Als er een tegenligger was, werd er met richtingaanwijzers geseind. Wat een bijzonder samenspel en vertrouwen van automobilisten. Maar doodeng vond ik het.

                Slapen lukte niet, uitrusten met mijn ogen dicht was lekker. Het was nog een flinke rit terug naar onze luxe hotels. Na alle controleposten gepasseerd te zijn, arriveerden we bij het hotel van Hendrik. Hij zei iedereen gedag en ging op weg naar zijn vrienden om de duizenden foto’s te laten zien die hij gemaakt had.
                ‘Het volgende hotel is dat van mij’ zei ik.
We kwamen bij het volgende hotel en ik herkende het niet.
                ‘Dit is ons hotel,’ zei het Duitse meisje en ze keek me verschrikt aan. Ik zag de angst in haar ogen, waarschijnlijk omdat ze ook de angst zag in die van mij. Als ze als volgende de Engelsen weg brachten, zou ik alleen met de twee chauffeurs overblijven. En wie zei me dat ze mij naar mijn hotel zouden brengen? 

                De adrenaline gierde door mijn lijf en ik voelde de angst van mijn keel naar mijn onderbuik zakken. Ik bedacht me geen seconde en zei tegen de Engelsen dat ze mij niet alleen achter mochten laten met de heren. Die stemden daarmee in. Daarna zei ik tegen de chauffeur:
                ‘Het volgende hotel is dat van mij.’ Waarop hij antwoordde:
                ‘Ja, ja, twee minuutjes.’ Alleen draaide hij zich om, keek me in de ogen en zei: ‘Of nog een uurtje’.
                Het zal de traumatische ervaringen van 2001 in Bangkok geweest kunnen zijn, of mijn intuïtie. Linksom of rechtsom, ik voelde me bedreigd.
                ‘Nee, het volgende hotel is dat van mij,’ zei ik nog eens. En ik kreeg een:
                ‘Ja, ja, twee minuutjes.’ 

                Het duurde inderdaad niet lang en ik zag dat we de oprit van mijn hotel bereikte. Helaas had ik al fooi verzameld en klaar in mijn hand. En ik gaf het aan de chauffeur en bedankte beleefd voor het rondrijden de hele dag. Eigenlijk had ik het niet willen geven. De angst die hij bij mij veroorzaakte, dat zijn geen geintjes. Ik stond stijf van de adrenaline, en te bibberen op mijn benen.

Wat had er kunnen gebeuren als ik alleen met twee mannen over zou blijven? Ze hadden me naar een afgelegen plek kunnen rijden. Alles kunnen doen wat Allah verboden heeft en me voor dood achter. kunnen laten. Het zou niet de eerste keer zijn dat zoiets vrouwelijke toeristen zou overkomen in dit soort landen.

Bij aankomst vertelde ik Evert over het akkefietje van de volgorde van thuisbrengen en hij leefde met me mee. Hij maakte zich sowieso zorgen en was blij me te zien. Een beetje te blij met zijn aangeschoten pretoogjes. Dat was het stadium waarin hij niet kon stoppen te vertellen hoe gek hij op me was. Dat stadium was er vaak, en het irriteerde me. Hij zei altijd hetzelfde: ‘Ik ben echt gek op jou hoor, ik wil je niet kwijt.’ Ineens vroeg hij of ik kon beloven dat ik hem nooit zou verlaten. En eerlijk als ik ben, zei ik:
                ‘Dat kan ik niet beloven.’ Hij incasseerde, of eigenlijk negeerde het. Ik betwijfelde of hij het de volgende morgen nog wist. Ik was tenminste wel eerlijk geweest. 

                Gezien de adrenaline die nog voelbaar was, viel ik moeilijk in slaap. Het was een terugslag. Ik merkte dat ik weer uit balans raakte. Niet zo erg als na de Zwarte Cross, maar ik voelde me paranoia. Angsten die ik sowieso heb als ik moet vliegen. Helemaal vanuit een niet-Europees land.
                Ik heb toen mijn slaapmedicatie weer verhoogd en in overleg met mijn behandelaars voorlopig hoog gehouden.

  • Nieuwe start in Laag Soeren

Eind september werd het sociaal plan voor de sluiting van De Hoop papierfabriek bekendgemaakt. Het was een goed sociaal plan, wat mij een financiële buffer zou geven. Hiermee zou ik een bedrijf kunnen starten met financieel en juridisch advies via het outplacementtraject. Er waren zoveel signalen die aangaven dat dit ‘het moment’ was. Het moest zo zijn. Ik legde mijn plan uit aan Evert. Als zzp’er een eigen uitgeverij beginnen. Via de ww kon ik een startersuitkering aanvragen. Heb je toch een beetje basisinkomen terwijl je alle tijd in je eigen zaak kan steken. Evert hoorde het allemaal gelaten aan en stemde mee in mijn plannen. Ook omdat hij wist dat hij me er niet van kon weerhouden. 

Op een avond, een paar weken later, terwijl we in de auto zaten, hadden we weer een miscommunicatie. Met als gevolg een flinke discussie. Ineens schoot Evert de kogel door de kerk. Hij zei:
                ‘Als jij de beslissing niet kunt nemen, doe ik het wel. Het lijkt me beter dat we uit elkaar gaan.’  
We hadden het punt bereikt waarop we beiden zagen dat zonder elkaar beter was. Op deze wijze bij elkaar blijven was geen optie. Een beslissing die we dus uiteindelijk samen hebben genomen.

Daaropvolgend spraken we vierentwintig uur lang niet meer met elkaar. Daarna kwam de communicatie weer op gang. Alles in goed overleg. We hadden geen ruzie, we hielden van elkaar.

Ik ging op zoek naar woonruimte, wat helemaal niet makkelijk was. Maar na een paar dagen vond ik via Marktplaats een chalet. De eigenaar zocht een huurder ter overwintering. Op een camping in Laag Soeren, midden op de Veluwe. Ik besloot daar te overwinteren en tijdens deze maanden op zoek te gaan naar een vaste woonplek. Zodra mijn werk ophield, was ik tenslotte niet meer plaatsgebonden. Dat maakte mijn zoekgebied ruimer. Bovendien, zou ik minder inkomen hebben waardoor het sociale huuraanbod zich aanbood.
                Zo kwam ik een half jaartje op de camping terecht. Heerlijk rustig, buiten het seizoen. Het was af en toe best afzien. Met alleen een gaskacheltje in een chalet met min 10 graden ‘s nachts. Maar wat heb ik ervan genoten. Ik begrijp helemaal dat mensen permanent zo wonen. Midden in de bossen, geen lichtvervuiling, geen verkeer. Het enige wat je in de nacht hoort is de bosuil.
Ik kwam helemaal tot rust. Binnen twee weken sliep ik als een roosje en mocht ik mijn slaapmedicatie afbouwen. En dat ging goed. Half december kon ik weer een auto aanschaffen.

                Ik nam alleen nog temazepam als inslapertje. Van 20 mg, naar 10 mg en naar 5 mg. Eigenlijk maakte het niet uit hoeveel ik nam, als ik maar ‘iets’ nam. Het leek wel een placebo. Mijn lijf en psyche was binnen een paar maanden afhankelijk geworden; Zonder pil kon ik niet in slaap komen. Wat een worsteling. Heel vroeg naar bed zonder pil om uren wakker te liggen. Dan minimaal iets slikken om zo in slaap te vallen. Om gek van te worden! Wat een troep!

                Half december was het gedaan met mijn werk en werd ik vrijgesteld. Heel bizar voelde het. De rest van de fabriek was al maanden thuis omdat de papiermachines niet meer draaiden. Maar wij, de verkoop binnendienst, hadden ons beziggehouden met het uitleveren van orders en het leegverkopen van het magazijn.

                Tijdens die laatste week werken zag ik een bericht over een yogaretraite voor dat weekend. Spontaan heb ik die geboekt. Dat was precies wat ik nodig had.
                We werkten aan het openen van je hartchakra. Ik was op die plek om te helen.  En die zondag trok ik een engelenkaart: ‘Reinigen en Ontgiften.’ Dat deed mij besluiten zonder medicatie te gaan slapen. De kaart voelde als een teken dat ik van de slaapmedicatie af kon, en dat lukte. Sindsdien ben ik helemaal van de slaapmedicatie af.

Maanden verstreken in Laag Soeren. Ik heb me niet verveeld. Ik heb een ondernemingsplan geschreven voor ‘Flora Publish and Creations’. Van het UWV akkoord gekregen voor een starters uitkering, me ingeschreven bij de KvK en mijn boek uitgegeven. Via de papierfabriek was er budget voor opleidingen en ben ik een opleiding grafische vormgeving gaan doen. Daarnaast was ik om de dag bezig met het zoeken naar een huis. In de provincie Utrecht stond ik het langste ingeschreven dus hier maakte ik het meeste kans. Ik had veertien inschrijfjaren en ik was niet plaatsgebonden. 

                In april moest ik het chalet uit en in maart had ik nog geen woning. Mensen om mij heen werden zenuwachtig en vonden dat ik een plan B moest hebben. Alles voor zekerheid, terwijl ik sterk het gevoel had dat het echt goed ging komen. 

                Ik was al eens negende in Nieuwegein en een keer zevende in Mijdrecht. Deze woningen had ik samen met de eerste tien gegadigden mogen bezichtigen. Toen werd ik tweede op een appartement in Wijk bij Duurstede en derde op een appartement in Oudewater. En uiteindelijk had ik de keuze tussen deze twee appartementen. Die in Oudewater was nieuwer, groter en goedkoper. Dus was de keuze snel gemaakt. Het appartement voelde ‘te goed om waar te zijn’. Op twee hoog, met een balkon over de gehele breedte van het appartement, met uitzicht over weilanden. Groen, zo ver als je kan kijken. Grote raampartijen van vloer tot plafond waardoor er ontzettend veel licht binnen komt. Twaalf jaar jong met een goed energielabel. De eerdere bewoner wilde in een camperbusje gaan leven en liet alles achter. Hierdoor kon ik het compleet gemeubileerd overnemen. Gratis! Het voelde als een geschenk uit de hemel. Ik kon er per half april in, wat perfect uitkwam. Heel erg dankbaar voelde ik me, en voel ik me nog steeds.

  • Gezondheid, spiritualiteit & werk

Ondertussen had ik mijn boeken besteld. Ze werden op mijn nieuwe adres afgeleverd. Ervan leven is niet gelukt. Mijn startersuitkering liep september af en mijn reserves waren zo goed als op. Hoewel ik zuinig leefde, had ik moeten interen. Ik moest op zoek naar werk en hier had ik angst voor.  Als je mij op internet zoekt, vind je namelijk dingen die je normaal niet aan een werkgever vertelt.
                Zoals veel dingen zich vanzelf oplossen in mijn leven, deed dit dat ook. Ik kreeg een telefoontje van een salesmanager van Stora Enso. Het bedrijf dat de papierfabriek in Eerbeek had overgenomen en gesloten. Hij had mijn boek gelezen, wist overal van, en is fan. Er kwam een verkoop binnendienst functie vrij en hij vroeg of het iets voor mij was. Sinds oktober 2024 ben ik daar nu fulltime aan het werk.

                Heel bijzonder dat ik tijdens mijn sollicitatie gewoon over mijn gevoeligheid kon vertellen. Ik had zelfs mijn boek laten zien. Het was zo fijn om niets meer te hoeven verbergen, ik voelde me bevrijd. 

  • Toekomstvisie & missie

Fulltime werken voor een werkgever betekent niet dat ik geen schrijver meer ben. Dan blijf ik. En gezien de positieve en kritische reacties op de eerste uitgave ben ik op een missie. Het bespreekbaarder maken van aandoeningen zoals die van mij. Ik leid een gelukkig en zinvol leven. Dat gun ik iedereen. Ik ben een rolmodel hoe je een fijn stabiel leven kan leven zonder medicatie. Natuurlijk is het altijd werk in process, ups en downs. Echter, zo stabiel en geaard als mogelijk.

Er komt een tweede herziene uitgave van mijn boek. In mijn hoofd ontstaat ondertussen een romantische thriller, en de plannen voor het maken van een boek over de dertien grootmoeders – de erfenis van mijn moeder –  zijn er. Daarnaast komt er ook een serie kinderboekjes aan. Jullie horen nog van mij!

Ben je nieuwsgierig hoe het mij vergaat? Op mijn website blog ik: www.floracreations.eu

Ik heb grote doelen. Ben zelf ook benieuwd of ik die ga bereiken. Wie niet groot droomt komt nergens! Zou je mij kunnen helpen mijn dromen te verwezenlijken. Een vaste mooie plek voor mijn moeders beelden bijvoorbeeld weten. Of heb je vragen? Mail gerust: contact@floracreations.eu

Wie weet, tot ziens!